58 – Introductie: Beproevingen

🕗 Periode 4 / Dag 58 – 🌲Pad 16. Beproevingen   –   📌 Filip. 1:6  | 

📖 Gen. 50:15-21 (vs. 21: God is er ook in moeilijke tijden)

Pijn en lijden zijn elementen van ons leven waar we allemaal mee te maken hebben. We worden er soms met de neus boven op gedrukt. Als een geliefde sterft, of als er een ongeluk gebeurt, of als er ouders gaan scheiden of wanneer een gezond iemand moet lijden vanwege een ernstige ziekte. In zulke tijden worden we geconfronteerd met echte levensvragen. God kent onze vragen die dan naar boven komen. Als we God om antwoord vragen, kan Hij ons vormen en brengen naar een plaats van dieper contact met Hem, dwars door pijnlijke gebeurtenissen heen. Misschien vragen we: “Waarom overkomt mij dit?” of “Waar is God als ik zoiets meemaak?”.
Ook Jozef stelde deze vragen steeds weer opnieuw. Hij kende de pijn van het verliezen van familiebanden, de angst van verraad en het gevoel van onrechtvaardig behandeld te worden als slaaf. Hij werd geslagen, in de gevangenis gestopt en vals beschuldigd. Maar desondanks liet hij toe dat God zijn karakter vormde in deze tijd van moeilijkheden. Jozef deed geen pogingen om het hoe en waarom van zijn lijden precies te verklaren. En door alles heen ontdekte hij dat God op wonderlijke wijze ingreep in zijn leven. Hij zag dat God de slechte dingen, zowel in zijn eigen leven als in de omstandigheden waarin hij zich bevond, liet meewerken om het goede te bereiken.
Het is belangrijk voor ons hoe wij omgaan met pijn in ons leven. We kunnen de tanden op elkaar zetten en net doen alsof er niks aan de hand is. We kunnen het proberen te verklaren. We kunnen wegzinken in boosheid, bitterheid of depressie. We kunnen onze pijn verdringen door te gaan drinken, drugs te gaan gebruiken, overmatig te eten of andere verslavingen. Of, we kunnen Gods nabijheid zoeken en Hem vragen ons te vormen door de moeilijke omstandigheden. Hoe erg dingen in ons leven ook mogen worden, Hij heeft beloofd dat Hij ons nooit aan ons lot overlaat of in de steek zal laten (“Hij zal u niet begeven en u niet verlaten”, Deut. 31:6).
God heeft Zelf ook verdriet als wij lijden. Pijn behoort niet tot Gods oorspronkelijke schepping. In Gen. 1:31 staat dat, nadat Hij de wereld geschapen had, het “zeer goed” was. De zonde vertroebelde Gods ontwerp en bracht slechte dingen in Zijn goede wereld. Het meest pijnlijke gevolg van de zonde is wel dat het de band van liefde tussen God en de mens verbroken heeft. En dat is nu juist de reden waarom God ons geschapen heeft. Gelukkig heeft God een verlossingsplan voorbereid. Zijn enige Zoon, Jezus, was bereid om onze pijn te dragen om ons te verzoenen met de Vader.
Als we zelf door pijnlijke tijden heengaan, moeten we eens stilstaan bij het lijden dat Jezus heeft gedragen om ons de verzoening met de Vader te geven. In Heb. 12:2 staat: “Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft?”. De vreugde die hier wordt genoemd is het hebben van een relatie met ons, de mensen. Als wij onze ogen op Jezus blijven richten, zal Hij ons door elk lijden heen helpen, hoe erg het ook zal zijn. Hij ging immers zelf een enorme lijdensweg voor ons.
Als Jezus terugkomt, zal Hij alle pijn wegnemen. De Bijbel zegt over deze fantastische dag: “En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijs, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn weggegaan” (Openb. 21:4). Tot die dag moeten we leren omgaan met moeilijke tijden. God heeft beloofd bij ons te zijn in deze tijden. Dwars door alles heen vormt Hij ons, net als Jozef. Het lijden van Jezus had bij de apostel Paulus een kostbare plaats in zijn leven gekregen. Zijn levensvisie was: “?Hem te kennen en de kracht zijner opstanding en de gemeenschap aan zijn lijden, of ik, aan zijn dood gelijkvormig wordende, zou mogen komen tot de opstanding uit de doden” (Filip. 3:10-11). Dat dit ook jouw doel mag zijn!

🕗 Periode 4 / Dag 58 – 🌲Pad 16. Beproevingen   –   📌 Filip. 1:6  | 

Print

Comments are closed.